Hoge Raad 2025-01-24 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:106, zaaknummer 24/01332, cassatie. Kernvraag — Kan de rechter bij een geconstateerde schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ afzien van het toekennen van een proceskostenvergoeding op de grond dat het gebrek aan informatieverstrekking niet van doorslaggevende betekenis was voor het instellen van beroep, omdat de belanghebbende ook andere klachten heeft aangevoerd? Feiten — De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning voor 2021 vast op € 262.000,-. In bezwaar verzocht belanghebbende om toezending van grondstaffels, indexeringscijfers en KOUDV- en liggingsfactoren van de woning en de vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar verstrekte alleen het taxatieverslag en verwees voor de overige gegevens naar het inzagerecht. Na herhaald verzoek werd het bezwaar ongegrond verklaard. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar art. 40 lid 2 Wet WOZ had geschonden door de overige gevraagde gegevens niet te verstrekken, maar zag geen aanleiding de heffingsambtenaar in de proceskosten te veroordelen. Het Hof achtte het aannemelijk dat het gebrek aan informatievoorziening niet van doorslaggevende betekenis was geweest voor het instellen van beroep, omdat belanghebbende ook tal van andere beroepsgronden had aangevoerd die losstonden van de informatieverstrekking. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Overwegingen — De Hoge Raad formuleert in r.o. 4.3.1 de reikwijdte van art. 40 lid 2 Wet WOZ:…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken