Hoge Raad 2023-08-18 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1052, zaaknummer 22/01219, cassatie. Kernvraag — Is de heffingsambtenaar op grond van art. 40 lid 2 Wet WOZ gehouden ook andere gegevens dan het taxatieverslag — zoals de grondstaffel en de taxatiekaart met KOUDV- en liggingsfactoren — op verzoek aan de belastingplichtige te verstrekken? En geldt de verplichting van art. 7:4 lid 3 Awb om bij de oproeping voor de hoorzitting te vermelden waar en wanneer stukken ter inzage liggen, ook als de belanghebbende zich laat vertegenwoordigen door een professionele gemachtigde? Feiten — De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning voor 2019 vast op € 421.000,-. Belanghebbende maakte bezwaar en vroeg daarin uitdrukkelijk om toezending van het taxatieverslag, de grondstaffel en de taxatiekaart met KOUDV- en liggingsfactoren van de woning en de vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar zond alleen het taxatieverslag toe; de overige gegevens legde hij ter inzage. De gemachtigde — die tevens andere belanghebbenden vertegenwoordigde in WOZ-bezwaarprocedures — werd telefonisch gehoord in een gecombineerde hoorzitting. De heffingsambtenaar informeerde belanghebbende niet over waar en wanneer de overige gegevens konden worden ingezien; de gemachtigde heeft ook geen inzage gevraagd. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. De Rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond, maar veroordeelde de heffingsambtenaar wel in de proceskosten en het griffierecht wegens het te…