ECLI:NL:HR:2023:1526

Hoge Raad 2023-11-10 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526, zaaknummer 21/02011, cassatie. Kernvraag — Is een buiten Sint Maarten gevestigde ondernemer die met een vaste inrichting in Sint Maarten bedrijfsomzet realiseert, voor de toepassing van artikel 11 lid 2 aanhef en letter b van de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten (bbo) te beschouwen als een in het heffingsgebied gevestigde ondernemer, zodat naheffing bij de afnemer niet mogelijk is? Feiten — Belanghebbende exploiteert een resort in Sint Maarten en heeft in 2012 een in de VS gevestigde vennootschap renovatiewerkzaamheden laten verrichten. De Amerikaanse vennootschap beschikte over een vaste inrichting op het resort en heeft de werkzaamheden van daaruit uitgevoerd. Op de facturen is geen bbo vermeld en de Amerikaanse vennootschap heeft de verschuldigde bbo niet op aangifte voldaan. De inspecteur heeft de bbo nageheven bij belanghebbende als afnemer op grond van artikel 11 lid 2 aanhef en letter b van de Landsverordening. Oordeel hof — Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft de naheffingsaanslag in stand gelaten. Naar het oordeel van het Hof volgt uit artikel 5 lid 1 van de Landsverordening in samenhang met artikel 4 lid 1 van de Algemene landsverordening landsbelasting dat een ondernemer met een hoofdvestiging buiten Sint Maarten, die via een vaste inrichting aldaar bedrijfsomzet realiseert, voor de heffing van bbo wordt geacht buiten het heffingsgebied te…