ECLI:NL:HR:2024:776

Hoge Raad 31 mei 2024 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad (Belastingkamer), 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:776, zaaknummer 21/05426, cassatie. Kernvraag — In hoeverre kan een ondernemer aftrek van voorbelasting claimen ter zake van de bouw van een huurwoning waarop zonnepanelen zijn geïnstalleerd, en moeten de huurwoning en de zonnepanelen voor dat doel als afzonderlijke of als één investeringsgoed worden behandeld? Feiten — Belanghebbende heeft als BTW-ondernemer een huurwoning laten bouwen en ter beschikking gesteld voor verhuur met toepassing van de vrijstelling van art. 11 lid 1 letter b Wet OB. Tijdens de bouw zijn veertig niet-geïntegreerde zonnepanelen op het dak geplaatst; de opgewekte elektriciteit wordt deels verbruikt in de huurwoning en de eigen woning, deels belast geleverd aan een energiebedrijf. Aan omzetbelasting was € 50.739 in rekening gebracht, waarvan € 2.959 betrekking had op de zonnepanelen. Belanghebbende verzocht om teruggaaf van € 27.839; de Inspecteur verleende slechts € 2.959. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de huurwoning als investeringsgoed deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen en een dubbele functie heeft: het genereren van huurinkomsten (vrijgesteld) en het bieden van een draagconstructie voor de zonnepanelen (belast gebruik). Het hof behandelde de huurwoning en de zonnepanelen als afzonderlijke investeringsgoederen, stelde het pro-ratapercentage vast op vijf en berekende de aftrekbare voorbelasting over de aan de draagconstructie toe te rekenen uitgaven, hetgeen…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken