Hoge Raad 2013-05-31 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184, zaaknummers 11/03452 en 11/03456, cassatie. Kernvraag — Heeft de inspecteur een ambtelijk verzuim begaan door bij het opleggen van de primitieve aanslag IB/PVV 2003 geen nader onderzoek in te stellen naar het in de aangifte van een coffeeshophouder gereflecteerde, sterk afwijkende brutowinstpercentage? En rustte op deze coffeeshophouder een administratieplicht ten aanzien van de in een 'stash' buiten de coffeeshop bewaarde voorraad softdrugs? Feiten — Belanghebbende exploiteerde in 2003 en 2006 een coffeeshop. De ingekochte softdrugs werden deels bewaard op een geheime locatie buiten de coffeeshop (de 'stash'). Van de in die stash aanwezige voorraad werd geen administratie bijgehouden; de registratie vond slechts plaats bij het binnenbrengen van de softdrugs in de coffeeshop. Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur dat belanghebbende fictieve en te hoge inkoopprijzen had geboekt, corrigeerde de inkoopprijzen en legde een navorderingsaanslag over 2003, een aanslag over 2006 en een boetebeschikking op, waarbij hij aansloot bij een brutowinstpercentage van ten minste 100% op basis van het BOOM-rapport. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat van een ambtelijk verzuim geen sprake was, omdat de aangifte een verzorgde indruk maakte en een niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de daarin opgenomen gegevens juist waren. Het hof paste vervolgens omkering en verzwaring van de bewijslast toe wegens schending…