Hoge Raad 2023-06-09 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:880, zaaknummer 21/04420, cassatie. Kernvraag — Wanneer is sprake van een gepersonaliseerde aanbeveling door een tussenpersoon zonder vergunning in de zin van art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (oud), en welke gevolgen heeft dat voor de omvang van de vergoedingsplicht van de aanbieder (Dexia)? Feiten — De Afnemer en haar echtgenoot sloten in 1999 via tussenpersoon [A] B.V. een effectenleaseovereenkomst (Capital Effect) met een rechtsvoorganger van Dexia. [A] beschikte niet over de benodigde vergunning voor beleggingsadvieswerkzaamheden. De overeenkomst eindigde in 2004 met een negatief saldo van € 3.507,55. De Afnemer betaalde in totaal € 7.056,22 aan inleg en € 3.507,55 aan restschuld, ontving € 1.443,08 aan dividend en genoot een fiscaal voordeel van € 1.246,12. De Afnemer stelde onder meer dat de adviseur van [A] had geïnformeerd naar haar financiële wensen en situatie, dat zij haar doel (extra pensioenopbouw) kenbaar had gemaakt, en dat de adviseur vervolgens het specifieke Capital Effect-product van Dexia als geschikt daarvoor had aanbevolen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de betrokkenheid van [A] niet zodanig was dat zij buiten haar vrijstelling van de vergunningplicht was getreden, omdat De Afnemer onvoldoende had aangevoerd om te kunnen concluderen dat sprake was van op haar situatie toegesneden advisering. Het hof wees enkel tweederde van de restschuld toe en wees de vordering tot t…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken