Hoge Raad 2023-02-10 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, zaaknummer 21/04816, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Onder welke voorwaarden kan een overeenkomst tot kinderopvang worden opgezegd of geannuleerd, mag daarvoor een vergoeding worden overeengekomen, en is een beding in algemene voorwaarden dat ten nadele van de consument afwijkt van art. 7:408 BW en art. 7:411 BW oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG? Voorts: wat zijn de gevolgen van het buiten toepassing laten van zulk een beding? Feiten — Een kinderopvangorganisatie en een ouder sloten op 1 februari 2020 een overeenkomst tot kinderopvang met een maandvergoeding van € 1.305,72, aanvangend op 12 februari 2020. De overeenkomst werd niet op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. In de algemene voorwaarden was een annuleringsregeling opgenomen op grond waarvan de ouder bij annulering voor aanvang kosten verschuldigd was, gelijk aan de vergoeding over de opzegtermijn van één maand. De ouder annuleerde vóór aanvang van de opvang. De kinderopvangorganisatie vorderde betaling van € 1.974,11. De Rotterdamse kantonrechter stelde vijf prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de verhouding tussen deze contractuele bedingen, het dwingend recht van titel 7.7 BW en Richtlijn 93/13. Overwegingen — Vraag 1 – overeenkomst van opdracht (r.o. 3.2.1–3.2.2) Een overeenkomst tot kinderopvang valt onder de omschrijving van art. 7:400 lid 1 BW: de kinderopvangorganisatie verbindt zich om anders dan om niet werkz…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken