ECLI:NL:HR:2013:691

Hoge Raad 2013-09-13 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691, zaaknummer 12/00395, cassatie. Kernvraag — Was het hof gehouden ambtshalve te onderzoeken of het rentebeding in een aannemingsovereenkomst een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG, ook al had de consument de gevorderde contractuele rente niet bestreden? Feiten — Eiser heeft verweerder opdracht gegeven zijn woning te verbouwen tegen een aanneemsom van € 97.805,15 exclusief btw. Op de aannemingsovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van verweerder van toepassing, die bij te late betaling een rente van 2% per maand bedingen. Over de eindafrekening is geschil ontstaan. De rechtbank wees de vordering van verweerder af op een in cassatie niet meer relevante grond. Het hof wees de vordering alsnog toe tot een hoofdsom van € 23.437,74, vermeerderd met de contractuele rente van 2% per maand. Eiser heeft de gevorderde rente in hoger beroep niet bestreden. Oordeel hof — Het hof wees de vordering van verweerder toe, inclusief de contractuele rente van 2% per maand, zonder ambtshalve te onderzoeken of dit rentebeding als oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13 buiten toepassing had moeten blijven. Overwegingen — De Hoge Raad stelt voorop dat het HvJEU heeft geoordeeld dat de nationale rechter gehouden is ambtshalve na te gaan of een contractueel beding valt onder Richtlijn 93/13 en, zo ja, te onderzoeken of dit oneerlijk is, zodra hij over de daartoe noodzakelijke gegevens beschikt (r.o. 3.…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken