ECLI:NL:HR:2019:1830

Hoge Raad 2019-11-22 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1830, zaaknummer 18/01151, cassatie. Kernvraag — Zijn bedingen in algemene voorwaarden van hypothecaire leningen die de bank de bevoegdheid geven eenzijdig de opslag op het variabele rentepercentage (Euribortarief) te wijzigen, oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG, en zo ja: welke maatstaven gelden daarvoor en welke omstandigheden moeten bij die beoordeling worden betrokken? Feiten — ABN AMRO en haar rechtsvoorganger Fortis Bank verstrekten van 2005 tot in 2009 hypothecaire leningen aan particulieren met een variabele rente bestaande uit het 1-maands Euribortarief vermeerderd met een opslag. De leningdocumentatie bevatte telkens een beding op grond waarvan de bank de opslag eenzijdig kon wijzigen; de formulering verschilde per document (variant a t/m e). In februari 2009 verhoogde ABN AMRO de opslag met 0,5% en in juni 2012 met 1%. Leningnemers waren steeds bevoegd de lening boetevrij af te lossen en, al dan niet tegen beperkte vergoeding, om te zetten naar een andere rentevorm. Twee stichtingen die de belangen van leningnemers behartigen hebben op grond van art. 3:305a BW in een collectieve procedure de vernietiging van de wijzigingsbedingen gevorderd. Rechtbank en hof oordeelden dat alle wijzigingsbedingen onredelijk bezwarend zijn en hebben ze vernietigd. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het oordeelde dat de wijzigingsbedingen niet voldoen aan het transparantievereiste…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken