ECLI:NL:HR:2023:1703

Hoge Raad 2023-12-22 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 22 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1703, zaaknummer 22/00137, cassatie. Kernvraag — Moet bij de berekening van het bpm-afschrijvingspercentage op grond van art. 10, lid 2, van de Wet bpm 1992 worden uitgegaan van de bpm die verschuldigd zou zijn geweest voor het te registreren (import)voertuig zelf op het tijdstip van eerste ingebruikneming, of van de bpm die zou zijn verschuldigd voor het referentievoertuig uit de koerslijst dat is gebruikt om de handelsinkoopwaarde te bepalen? Feiten — Belanghebbende heeft in 2018 een uit de VS afkomstige gebruikte personenauto laten registreren in het Nederlandse kentekenregister. De auto had in de VS een CO₂-uitstoot van 166 g/km; de Nederlandse marktuitvoering van hetzelfde merk en model had een uitstoot van 161 g/km. Omdat de auto meer dan normale gebruiksschade vertoonde, paste belanghebbende de taxatiemethode van art. 10, lid 8, Wet bpm toe. De taxateur (DRZ) bepaalde de taxatiewaarde aan de hand van de koerslijstwaarde van het Nederlandse referentievoertuig (161 g/km). De inspecteur berekende het afschrijvingspercentage vervolgens door de taxatiewaarde af te zetten tegen een historische nieuwprijs inclusief de bpm behorend bij 161 g/km (referentievoertuig), waarmee hij een lager afschrijvingspercentage en een naheffing verkreeg. Belanghebbende stelde dat de bpm-component in de noemer van de breuk moet worden berekend naar 166 g/km (de uitstoot van zijn auto). De rechtbank gaf belanghebbende gelijk; het…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken