Hoge Raad 2012-03-02 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7393, zaaknummer 11/00785, cassatie. Kernvraag — Is de in art. 10 lid 2 van de Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (Wet BPM) voorgeschreven berekeningswijze van de BPM-vermindering voor gebruikte ingevoerde motorrijtuigen — waarbij de afschrijving wordt berekend op basis van de inkoopwaarde van de handelaar in nieuwe staat — in strijd met art. 110 VWEU? Feiten — Belanghebbende heeft op 11 juni 2010 een gebruikte, vanuit Duitsland geïmporteerde personenauto doen registreren en ter zake BPM op aangifte voldaan. Bij de berekening van de verschuldigde BPM heeft zij op grond van art. 10 lid 1 Wet BPM een vermindering in aanmerking genomen, berekend conform art. 10 lid 2 Wet BPM in verbinding met art. 8 lid 1 van de Uitvoeringsregeling BPM 1992. De Inspecteur wees het bezwaar af; de Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de terug te geven BPM vast op € 5.529,-. De Staatssecretaris stelde cassatie in. Oordeel hof — De Rechtbank oordeelde dat de wettelijke berekeningswijze in strijd is met art. 110 VWEU en dat de vermindering dient te worden berekend door de inkoopwaarde van de auto in gebruikte staat af te zetten tegen de consumentenprijs van een vergelijkbare auto in nieuwe staat. Overwegingen — In r.o. 3.5.1 stelt de Hoge Raad voorop dat het vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie is dat art. 110 VWEU zich verzet tegen een stelsel waarbi…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken