ECLI:NL:HR:2020:318

Hoge Raad 2020-02-21 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:318, zaaknummer 18/02169, cassatie. Kernvraag — Wordt het evenredigheidsbeginsel geschonden wanneer een belastingplichtige wordt verplicht een auto te tonen op een aangewezen locatie op circa 92 kilometer afstand? En welke gevolgen heeft het niet voldoen aan de toonplicht voor de bewijslast bij het aannemelijk maken van waardevermindering wegens schade? Feiten — Belanghebbende, een autohandelaar, heeft bpm voldaan op aangifte voor een uit een andere EU-lidstaat afkomstige gebruikte personenauto en de afschrijving bepaald op basis van een taxatierapport. Daarin was de handelsinkoopwaarde vastgesteld door de waarde van een vergelijkbare onbeschadigde auto (€ 27.368) te verminderen met gecalculeerde schadeherstelkosten (€ 6.459). De Inspecteur riep belanghebbende op de auto te tonen op de locatie van Domeinen in Soesterberg. Belanghebbende maakte bezwaar wegens de transportkosten (ca. € 525 plus personeelskosten) en bood controle op een andere locatie aan, maar toonde de auto uiteindelijk niet. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op en hield daarbij geen rekening met enige waardevermindering wegens schade. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat de toonplicht in dit geval disproportioneel uitpakt, omdat de transportkosten van belanghebbende in verhouding tot de hoogte van de naheffingsaanslag te hoog zijn. Desondanks bleef volgens het Hof op belanghebbende de bewijslast rusten voor de hoogte van de schadewaarde…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken