ECLI:NL:HR:2019:1734

Hoge Raad 2019-11-08 — Civiel recht; Arbeidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734 (Xella/slapend dienstverband), zaaknummer 19/01873, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Is een werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) gehouden in te stemmen met een voorstel van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer tot beëindiging van het slapende dienstverband, onder toekenning van een vergoeding ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding? Feiten — De werknemer (geboren 1963, in dienst sinds 1986 bij Xella) is vanaf januari 2016 opnieuw arbeidsongeschikt en ontvangt sinds 9 januari 2018 een IVA-uitkering; hij is 80-100% duurzaam arbeidsongeschikt zonder reëel perspectief op werkhervatting. Xella heeft de arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de wachttijd niet opgezegd en weigert herhaalde voorstellen van de werknemer tot beëindiging met wederzijds goedvinden onder betaling van een transitievergoeding. In kort geding vordert de werknemer een voorschot van € 25.000,- op schadevergoeding op grond van schending van art. 7:611 BW. De kantonrechter Roermond stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Overwegingen — De Hoge Raad beantwoordt de vier prejudiciële vragen achtereenvolgens. Vragen 1–3: omgekeerde toepassing Stoof/Mammoet De Hoge Raad overweegt in r.o. 2.6.3 dat de maatstaf van het arrest Stoof/Mammoet (HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847) zich niet leent voor 'omgekeerde toepassing' op de vraag of een werkgever gehouden is een beëindigingsvoorstel van de werk…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken