ECLI:NL:HR:2022:63

Hoge Raad 2022-01-21 — Civiel recht; Arbeidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:63, zaaknummer 20/04151, cassatie beschikking. Kernvraag — Moet de rechter bij de beoordeling van een ontbindingsverzoek ex art. 7:671c BW en bij de beoordeling of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever, de aangevoerde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beoordelen? En handelt een werkgever in strijd met goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) indien hij aan de bereidheid tot beëindiging van een slapend dienstverband met wederzijds goedvinden de voorwaarde van finale kwijting verbindt? Feiten — Werkneemster is eind 1996 in dienst getreden. Zij heeft zich op 1 juni 2015 ziek gemeld en is per 31 mei 2016 volledig arbeidsongeschikt verklaard; de loondoorbetalingsplicht eindigde per 29 mei 2017. Tijdens een overleg in september 2015 heeft verweerster 3 woorden van de strekking "voor de trein gooien" gebruikt. Op 10 maart 2020 hebben verweerders de niet-geanonimiseerde kantonrechterbeschikking toegezonden aan alle leden van de VNAA. Werkneemster heeft verweerders conform de Xella-beslissing verzocht het slapend dienstverband te beëindigen tegen betaling van de transitievergoeding (€ 20.205,- bruto); verweerders weigerden aanvankelijk, maar verklaarden zich later bereid mits werkneemster finale kwijting verleende voor mogelijke andere aanspraken. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat noch de opmerking "voor de trein gooien" uit 2015, noch de toezending van de niet-geanonimiseerd…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken