ECLI:NL:RBROT:2026:1215

Rechtbank Rotterdam 5 februari 2026 — Civiel recht; Arbeidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Rotterdam (locatie Dordrecht), 5 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1215, zaaknummer 11735841 HA VERZ 25-34, beschikking kantonrechter. Kernvraag — Kan een werknemer met een slapend dienstverband aanspraak maken op ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een transitievergoeding, en bouwt hij na het einde van de wachttijd (104 weken) vakantiedagen op die bij het einde van de arbeidsovereenkomst moeten worden uitbetaald? Feiten — Verzoeker is op 1 april 2017 in dienst getreden bij VERM als algemeen medewerker tegen een salaris van € 2.504,09 bruto per maand exclusief vakantiebijslag. Sinds 12 oktober 2022 is hij arbeidsongeschikt en heeft hij niet meer gewerkt. Vanaf 9 oktober 2024 ontvangt hij een IVA-uitkering. VERM heeft herhaaldelijk geweigerd mee te werken aan beëindiging van het daarmee ontstane slapende dienstverband. Overwegingen — Op grond van art. 7:671c BW kan een werknemer ontbinding verzoeken indien sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen (r.o. 2.2). Nu verzoeker meer dan twee jaar arbeidsongeschikt is en vaststaat dat hij niet meer voor VERM kan werken, is sprake van een slapend dienstverband. Op grond van de rechtspraak van de Hoge Raad (HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734) is VERM als goed werkgever gehouden mee te werken aan beëindiging van dat slapende dienstverband onder toekenning van een bedrag ter hoogt…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken