Hoge Raad 2019-10-11 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1579, zaaknummer 18/04973, cassatie. Kernvraag — Kon aan een belastingplichtige die bij de berekening van bpm over een ingevoerde gebruikte kampeerauto een Unierechtelijk standpunt over de afschrijvingsmaatstaf innam, een verzuimboete worden opgelegd? Daarnaast: is de Nederlandse griffierechtregeling in strijd met het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel wanneer het griffierecht meer bedraagt dan 4% van het financiële belang van de zaak? Feiten — Belanghebbende heeft op 12 mei 2016 bpm voldaan ter zake van een vanuit Duitsland ingevoerde gebruikte kampeerauto (een gesloten bestelauto met recreatieve voorzieningen). Bij de berekening van de afschrijving heeft hij aansluiting gezocht bij een vergelijkbare gesloten bestelauto zónder recreatieve voorzieningen, omdat voor nieuwe ongebruikte kampeerauto's bij de bpm-heffing ook wordt uitgegaan van een bestelauto zonder recreatieve voorzieningen. De Inspecteur heeft een naheffingsaanslag opgelegd omdat de in aanmerking genomen afschrijving te hoog was, en heeft tevens een verzuimboete van 10% van het nageheven bedrag opgelegd op grond van art. 67c lid 1 AWR. Het totale financiële belang bedroeg € 2.810,-. Het Hof handhaafde zowel de naheffingsaanslag als de boetebeschikking. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag niet in strijd was met art. 110 VWEU, onder verwijzing naar HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:847. Ten aanzien van de boete verwierp het…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken