ECLI:NL:HR:2018:207

Hoge Raad 2018-02-16 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:207, zaaknummer 17/00024, cassatie. Kernvraag — Heeft het hof de tot terughoudendheid nopende maatstaf van art. 6:94 BW miskend door een contractuele boete van in beginsel € 415.000,- te matigen tot € 21.150,-? En heeft het hof daarmee de aansporingsfunctie van het boetebeding miskend? Feiten — Protec (uitzendbureau voor leidinglegwerk) en Easystaff (payrollorganisatie) sloten een samenwerkingsovereenkomst met een exclusiviteitsbeding. Easystaff mocht voor een aantal met name genoemde werkgevers en werknemers uitsluitend in opdracht van Protec back-officewerkzaamheden verrichten en mocht dat nimmer doen in opdracht van concurrent Vaktec. In de weken 31 tot en met 42 van 2011 heeft Easystaff, in strijd met dit beding, gedurende 75 werkdagen back-officewerkzaamheden verricht voor twee personeelsleden (betrokkene 2 en betrokkene 3) in opdracht van Vaktec bij klant [A]. Het boetebeding voorzag bij overtreding in een dadelijk opeisbare boete van € 20.000,- per overtreding plus € 5.000,- per dag dat de overtreding voortduurt. De rechtbank matigde tot € 26.500,-; het hof stelde de boete vast op € 21.150,-. Oordeel hof — Het hof oordeelde, in navolging van de rechtbank, dat toepassing van het boetebeding tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt, en matigde de boete. Daartoe woog het hof mee dat Protec de overeenkomst zelf had opgesteld en de hoogte van de boetes eenzijdig had bepaald zonder daarv…