ECLI:NL:HR:2018:182

Hoge Raad 2018-02-16 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182, zaaknummer 17/00273, cassatie (beschikking). Kernvraag — Welke maatstaf en bewijsstandaard hanteert de rechter bij de beoordeling van disfunctioneren als ontslaggrond (art. 7:669 lid 3, onder d, BW), en is de appelrechter bij het bepalen van de einddatum op grond van art. 7:683 lid 5 BW gehouden de opzegtermijn van art. 7:671b lid 8, aanhef en onder a, BW in acht te nemen? Feiten — Werknemer ([verzoeker], geboren 1957) is sinds 1990 in dienst bij Decor, vanaf 2004 voltijds als facilitair manager (loon € 4.424,01 bruto per maand exclusief emolumenten). Decor heeft hem in 2015 willen herplaatsen naar een lagere functie; partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen. Na ziekmelding op 25 november 2015 verklaarde de bedrijfsarts werknemer niet ziek en adviseerde mediation, die niet heeft plaatsgevonden. Decor heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op primair de d-grond (disfunctioneren) en subsidiair de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding); de kantonrechter wees dit af. Het hof 's-Hertogenbosch heeft het ontbindingsverzoek alsnog toegewezen, de einddatum bepaald op 15 november 2016 zonder rekening te houden met de opzegtermijn, een transitievergoeding van € 76.000,-- toegekend en de verzochte billijke vergoeding afgewezen. Oordeel hof — Het hof heeft geoordeeld dat Decor voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van disfunctioneren en dat werknemer voldoende in de geleg…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken