ECLI:NL:HR:2018:1433

Hoge Raad 2018-09-07 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433, zaaknummer 17/05787, cassatie (beschikking). Kernvraag — Welke eisen mogen worden gesteld aan een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor, en kan het enkele "gevaar van doorkruising" van een lopende strafrechtelijke procedure een zwaarwichtig bezwaar opleveren dat aan toewijzing van een dergelijk verzoek in de weg staat? Feiten — Box Consultants c.s. zijn een vermogensbeheerder en aan haar gelieerde entiteiten; zij worden strafrechtelijk verdacht van valsheid in geschrift en witwassen, mede naar aanleiding van een door oud-werknemer [verweerder 2] vervaardigde valse brief op naam van de Amerikaanse IRS. Box Consultants c.s. verzochten een voorlopig getuigenverhoor, waarbij zij naast [verweerder 2] en een deurwaarder ook medewerkers van de Belastingdienst, FIOD en twee officieren van justitie wilden horen. De kantonrechter wees het verzoek toe; het hof vernietigde die beschikking op beroep van de Staat (die als belanghebbende voor het eerst in hoger beroep verscheen) en beperkte het gelasten verhoor tot uitsluitend [verweerder 2] en de deurwaarder. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de door Box Consultants c.s. geformuleerde onderzoeksvragen onaanvaardbaar ruim waren, omdat niet specifiek was vermeld welke ambtenaren op welke specifieke punten gehoord moesten worden. Voorts achtte het hof het gevaar van doorkruising van de strafrechtelijke procedure op zichzelf een zwaarwichtig bezwaar dat afwijzing va…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken