Hoge Raad 2018-02-02 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, zaaknummer 16/04437, cassatie. Kernvraag — Kan een contractueel overeengekomen opzeggingsbevoegdheid bij een duurovereenkomst slechts worden uitgeoefend indien daarvoor een zwaarwegende grond bestaat, of is de toets uitsluitend of uitoefening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is? Voorts of het hof terecht het verweer over de aanvang van de 60-dagentermijn als gedekt verweer aanmerkte. Feiten — SMQ, Goglio en Qbig sloten op 25 juni 2010 een licentieovereenkomst voor 15 jaar, op grond waarvan Goglio jaarlijks een royalty-fee verschuldigd was. Art. 26 van de overeenkomst regelde opzegging: bij tekortkoming ontving de tekortschietende partij een schriftelijke kennisgeving, waarna zij 60 dagen kreeg om de tekortkoming te herstellen; opzegging trad vervolgens in werking 30 dagen na afloop van die termijn. Art. 27 bepaalde dat bij opzegging wegens een toerekenbare tekortkoming van Goglio een break-up fee van € 750.000,-- verschuldigd was, verminderd met betaalde royalty's. Goglio betaalde de licentievergoeding over 2012 niet tijdig. Na ingebrekestelling op 6 februari 2013 zegde SMQ de overeenkomst op 19 april 2013 op; op 23 april 2013 betaalde Goglio alsnog. SMQ vorderde vervolgens betaling van de break-up fee (€ 650.000,-- na aftrek van eerder betaalde royalty's). Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het oordeelde dat Goglio's verweer dat de 60-dagentermijn…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken