ECLI:NL:HR:2017:552

Hoge Raad 2017-03-31 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552, zaaknummer 16/00576, cassatie. Kernvraag — Vanaf welk moment begint de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW te lopen: volstaat de enkele bekendheid van de benadeelde met de mogelijkheid dat een bepaalde persoon aansprakelijk is, of is daadwerkelijke bekendheid met voldoende zekerheid omtrent het causale verband vereist? Feiten — Mispelhoef B.V. exploiteert horecagelegenheid De Mispelhoef te Eindhoven. Van 1996 tot 1998 verbreedde Rijkswaterstaat de A2 ter hoogte van het terrein, waarbij een duikerconstructie werd aangelegd zonder vergunning van het Waterschap. Vanaf 1998 deed zich wateroverlast voor op het terrein. Op 12 februari 2003 stelde de rechtsbijstandverlener van Mispelhoef de Gemeente en het Waterschap aansprakelijk, terwijl in die brieven ook werkzaamheden van Rijkswaterstaat als mogelijke oorzaak werden genoemd. Rijkswaterstaat werd op dat moment niet aansprakelijk gesteld. Na onderzoek door een adviesbureau — dat mede vertraging opliep doordat Rijkswaterstaat traag reageerde op informatieverzoeken — werd Rijkswaterstaat pas bij brief van 15 juli 2008 aansprakelijk gesteld. Rijkswaterstaat erkende zijn aansprakelijkheid medio april 2010, maar stelde zich vervolgens bij brief van 1 oktober 2010 op het standpunt dat de vordering was verjaard. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de brief van 12 februari 2003 aantoonde dat Mispelhoef op die datum onderkende dat de schade mogelijk was veroorzaakt…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken