ECLI:NL:HR:2017:3144

Hoge Raad 2017-12-15 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3144, zaaknummer 16/05475, cassatie. Kernvraag — Kan verzuim zonder ingebrekestelling intreden op de voet van art. 6:83, aanhef en onder c, BWC (gelijkluidend aan art. 6:83, aanhef en onder c, BW) wanneer de schuldenaar te kennen heeft gegeven dat het werk goed en voltooid is en niet meer is teruggekomen, ook al meent hij dat hij deugdelijk heeft gepresteerd? Feiten — Partijen hebben in 2009 afspraken gemaakt over de verbouwing van de woning van verzoeker in Curaçao. Verweerder zou toezicht houden en materialen aanschaffen; daartoe is geld gestort op een en/of-rekening. Verzoeker stelt dat partijen een aannemingsovereenkomst zijn aangegaan en dat verweerder het werk ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Verweerder betwist het bestaan van een aannemingsovereenkomst (hij spreekt van een vriendendienst), ontkent gebrekkige uitvoering en beroept zich op het ontbreken van een ingebrekestelling. Oordeel hof — Het hof heeft, veronderstellenderwijs aannemend dat sprake was van een aannemingsovereenkomst, geoordeeld dat verzuim niet zonder ingebrekestelling kon intreden: de gestelde termijn miste de voor art. 6:83 onder a BWC vereiste bepaaldheid, en het feit dat verweerder meende het werk deugdelijk te hebben uitgevoerd was onvoldoende om een ingebrekestelling als bij voorbaat nutteloos te beschouwen in de zin van art. 6:83 onder c BWC. Het hof heeft de vorderingen van verzoeker afgewezen. Overwegingen — De Hoge Raad stelt v…