Hoge Raad 2017-07-14 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1356, zaaknummer 16/02749, cassatie. Kernvraag — Kan de schijn van volmachtverlening (art. 3:61 lid 2 BW) worden toegerekend aan de pseudovolmachtgever op grond van uitsluitend een verklaring of gedraging van de notaris of de onbevoegd handelende persoon, dan wel op grond van het enkele niet-reageren op een door de notaris rondgestuurde conceptakte? Feiten — Partijen zijn mede-eigenaars van een appartementencomplex in Amsterdam en de enige leden van de VvE. Bij wijziging van de splitsingsakte op 23 juli 2012 is de stemverhouding gewijzigd naar 1:1:1. In de akte is vermeld dat [betrokkene 3] namens alle partijen, waaronder eisers, was gevolmachtigd. Eisers betwisten dat zij [betrokkene 3] hiertoe ooit volmacht hebben verleend. Uit een e-mailwisseling van 4 en 5 juni 2012 — die ook aan verweerders kenbaar was — blijkt dat eisers meenden dat een stemverhouding zou worden vastgelegd die aansloot bij hun wensen (2 stemmen voor hun appartement, 1 voor begane grond, 1 voor eerste verdieping). Oordeel hof — Het hof heeft de beschikkingen van de kantonrechter vernietigd en de gevorderde verklaring voor recht dat de gewijzigde stemverhouding nietig is, alsnog afgewezen. Het hof oordeelde dat verweerders redelijkerwijs mochten aannemen dat eisers [betrokkene 3] een toereikende volmacht hadden verleend, omdat eisers niet hadden gereageerd op de conceptakte en de akte ten overstaan van een notaris was gepasseerd. De Hoge Raad…