ECLI:NL:HR:2015:354

Hoge Raad 2015-02-20 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 20 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:354, zaaknummer 14/05176, cassatie. Kernvraag — Onder welke voorwaarden en op welke wijze moet een beroep op betalingsonmacht ter zake van griffierecht in bestuursrechtelijke belastingzaken worden behandeld, en mocht de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren zonder op dat beroep in te gaan? Feiten — Belanghebbende verzocht om kwijtschelding van het griffierecht van € 44 in een parkeerbelastingzaak bij Rechtbank Limburg. De griffier deelde bij brief van 16 januari 2014 mee dat de Awb geen ruimte biedt voor vrijstelling of ontheffing, maar bood wel de mogelijkheid van betalingstermijnverlenging bij betalingsonmacht. Bij brief van 22 januari 2014 deed belanghebbende een beroep op betalingsonmacht en verzocht zij om verlenging. De rechtbank reageerde niet op dat verzoek, stuurde op 17 februari 2014 een herinneringsbrief met een betalingstermijn tot 17 maart 2014, en verklaarde het beroep vervolgens bij uitspraak van 1 mei 2014 niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht. Het verzet daartegen werd ongegrond verklaard. Oordeel hof — De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en liet de niet-ontvankelijkverklaring in stand, daarbij uitgaande van de opvatting dat het in een geval van betalingsonmacht niet mogelijk is van griffierechtsheffing af te zien. Overwegingen — In r.o. 2.3.1 herhaalt de Hoge Raad de in BNB 2014/135 (HR 28 maart 2014, nr. 12/03888, ECLI:NL:HR:2014:699) geformuleerde regel…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken