ECLI:NL:CRVB:2015:282

Centrale Raad van Beroep 2015-02-13 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep (grote kamer), 13 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:282, zaaknummer 13/1349 WWB-V, hoger beroep verzet. Kernvraag — Wanneer levert het niet betalen van griffierecht in het bestuursrecht geen verzuim op als bedoeld in art. 8:41 lid 6 Awb, en welk toetsingskader geldt voor betalingsonmacht? Feiten — Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland in een WWB-zaak. Het verschuldigde griffierecht van € 118,- is niet binnen de gestelde termijn betaald. Bij uitspraak van 25 juni 2013 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft verzet gedaan en aangevoerd dat hij geen inkomen en geen vermogen heeft. De Raad heeft de zaak verwezen naar een grote kamer. Overwegingen — In r.o. 3.2 stelt de Raad vast dat de wetgever bij de griffierechtregeling ervan is uitgegaan dat heffing van griffierecht niet tot gevolg mag hebben dat aan bepaalde groepen rechtzoekenden in feite de toegang tot de bestuursrechter wordt ontnomen, en dat de wetgever bij de vaststelling van de hoogte van griffierecht is uitgegaan van gevallen waarin betrokkenen over de financiële middelen beschikken om te betalen. In r.o. 3.4 oordeelt de Raad dat zich gevallen kunnen voordoen waarin heffing van het wettelijk verschuldigde griffierecht het voor de rechtzoekende onmogelijk dan wel uiterst moeilijk maakt om gebruik te maken van een opengestelde rechtsgang. Mede gelet op het belang van toegang tot een onafha…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken