ECLI:NL:HR:2015:2990

Hoge Raad 2015-10-09 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2990, zaaknummer 14/04108, cassatie. Kernvraag — Welke rentevoet geldt bij teruggaaf van in strijd met Unierecht geheven BPM, en kan bij massaal procederen met behulp van art. 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht worden afgeweken van het puntensysteem wanneer strikte toepassing van dat systeem leidt tot een vergoeding die de werkelijk gemaakte kosten ver overtreft? Feiten — Belanghebbende heeft op 14 maart 2011 € 451 aan BPM op aangifte voldaan. Na bezwaar heeft de inspecteur een teruggaaf verleend van € 53, vermeerderd met een rentevergoeding van € 2 en een bezwaarkostenvergoeding van € 54,50. De zaak maakt deel uit van een groep van enkele duizenden soortgelijke BPM-zaken waarbij dezelfde gemachtigde optrad; partijen hebben gezamenlijk zeven voorbeeldzaken geselecteerd waarvoor zeven rechtsvragen aan het hof werden voorgelegd, en de overige zaken — waaronder één andere zaak van belanghebbende — zijn ingetrokken. Oordeel hof — Het hof heeft geoordeeld dat de wettelijke rente een passende vergoeding biedt voor het verlies door onverschuldigde betaling, waarbij de hogere rentevoet voor handelstransacties slechts in bijzondere gevallen van toepassing is. Ten aanzien van de proceskosten heeft het hof geoordeeld dat de bijzondere omstandigheden van dit massaproces toepassing van art. 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht rechtvaardigden, en heeft het de vergoeding lager vastgesteld dan een strikte puntent…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken