ECLI:NL:HR:2015:1834

Hoge Raad 2015-07-10 — Civiel recht

Samenvatting

Hoge Raad 10 juli 2015 – Schietincident Alphen aan den Rijn / NIFP-rapport Kernvraag Hebben slachtoffers en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn (2011) recht op inzage in het NIFP-rapport over de geestelijke toestand van de schutter? Twee grondslagen worden beoordeeld: de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en artikel 843a Rv. Overwegingen 1. NIFP-rapport als strafvorderlijk gegeven (Wjsg)? Het hof oordeelde dat het rapport géén strafvorderlijk gegeven is. De Hoge Raad bevestigt dit. Het openbaar ministerie had het rapport laten opstellen met als doel "verklaren, verwerken en voorkomen" – niet om strafvorderlijke beslissingen te nemen. Dat is ook logisch: strafvervolging van de al overleden schutter was niet mogelijk. Niet elk onderzoek in opdracht van het OM is een "strafvorderlijk onderzoek". Het rapport valt daarmee buiten de Wjsg, maar wél onder de Wet bescherming persoonsgegevens. Het OM had bevoegdheid om het rapport te laten opstellen op grond van zijn bredere taakstelling (art. 124 RO) en verplichtingen onder art. 2 EVRM. 2. Exhibitieplicht op grond van art. 843a Rv? Het hof wees de vordering af omdat er geen rechtsbetrekking bestond tussen eisers en de Staat. De Hoge Raad oordeelt dat dit een onjuiste rechtsopvatting is. Art. 843a lid 1 Rv vereist slechts dat de gevraagde bescheiden betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de eiser partij is. De wederpartij hoeft zelf geen partij te zijn bij die rechtsbetrekking. Een vor…