ECLI:NL:HR:2015:1406

Hoge Raad 2015-05-29 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406, zaaknummer 14/01835, cassatie. Kernvraag — Welke zorgvuldigheidsmaatstaf geldt voor een advocaat die een cliënt adviseert over de risico's van selectieve betalingen aan crediteuren nadat is besloten tot eigen aangifte faillissement, en heeft het hof die maatstaf correct toegepast? Feiten — [verweerder 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van [verweerster 1], die op haar beurt bestuurder was van [A]. Op 2 maart 2006 is tijdens een AVA van [A] besloten tot het doen van eigen aangifte faillissement; [eiser 1] (advocaat) was hierbij aanwezig en heeft het verzoekschrift opgesteld. Op 6 en 7 maart 2006 heeft [A] betalingen verricht aan diverse crediteuren voor in totaal € 533.388,92. Op 8 maart 2006 is [A] failliet verklaard. In een afzonderlijke procedure heeft het hof geoordeeld dat [verweerders] door deze betalingen onrechtmatig handelden jegens de gezamenlijke schuldeisers en hen veroordeeld tot betaling van € 190.289,26 aan de curator. [verweerders] stellen dat [eiser 1] hen ten onrechte niet heeft gewaarschuwd voor het risico van bestuurdersaansprakelijkheid ter zake van deze betalingen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat [eiser 1] niet als redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat heeft gehandeld. Omdat ten tijde van de advisering in rechtspraak en literatuur uiteenlopend werd gedacht over de rechtmatigheid van selectieve betalingen aan niet-groepsmaatschappijen in het zicht van faillissement, had […

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken