Hoge Raad 2015-04-24 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1083, zaaknummer 14/04104, cassatie. Kernvraag — Wanneer is bij inhoudelijke gebreken in een aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen sprake van het niet doen van de vereiste aangifte, en is aan die maatstaf voldaan wanneer het verzwegen inkomen leidt tot € 2.101 meer verschuldigde belasting (19% boven de aangegeven belasting)? Feiten — Belanghebbende genoot in 2008 € 33.552 aan loon en deed aangifte naar een belastbaar inkomen van € 33.225, welke aangifte de Inspecteur volgde. Op 13 januari 2009 trof de politie in een door hem gehuurd pand een hennepkwekerij aan. De politierechter stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 5.338, gebaseerd op belanghebbendes eigen verklaring over één eerdere oogst. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op, die door de Rechtbank werd verminderd tot een correctie van € 16.975 op het inkomen uit werk en woning. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de op basis van de aangifte verschuldigde belasting zowel relatief als absoluut aanzienlijk lager was dan de werkelijk verschuldigde belasting, uitgaande van de door belanghebbende gestelde opbrengst van ten hoogste € 5.338 afgezet tegen de looninkomsten van € 33.552. Omkering en verzwaring van de bewijslast bleef daardoor achterwege. Overwegingen — In r.o. 2.3.2 herhaalt de Hoge Raad de in HR 30 oktober 2009, nr. 07/10513, ECLI:NL:HR:2009:BH1083, BNB 2010/47 ge…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken