ECLI:NL:HR:2009:BH1083

Hoge Raad 2009-10-30 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083, zaaknummer 07/10513, cassatie. Kernvraag — Kan het ten onrechte opvoeren van een aftrekpost (een negatief bestanddeel van de belastinggrondslag) meebrengen dat de vereiste aangifte als bedoeld in art. 27e, letter a, AWR niet is gedaan, met als gevolg omkering van de bewijslast? Feiten — Belanghebbende deed over 1999 aangifte naar een belastbaar inkomen van ƒ 39.806. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens (i) ten onrechte in aftrek gebrachte rente van ƒ 22.500 op een gestelde lening van ƒ 250.000 die in werkelijkheid niet bestond, en (ii) niet aangegeven inkomsten. Het hof oordeelde dat de gestelde lening niet bestond en de renteaftrek terecht werd gecorrigeerd, maar verwierp de omkering van de bewijslast omdat de inspecteur niet had bewezen dat er niet-aangegeven inkomsten waren genoten; een onjuiste aftrekpost zou daar volgens het hof niet toe kunnen leiden. Oordeel hof — Het Hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat de vereiste aangifte slechts niet is gedaan indien sprake is van niet-aangegeven inkomsten, en dat het ten onrechte opvoeren van een aftrekpost daartoe niet kan bijdragen. Op die grond wees het hof de door de inspecteur bepleite omkering van de bewijslast af en verminderde het de navorderingsaanslag. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.3.1 voorop dat bij inhoudelijke gebreken in een aangifte slechts dan kan worden aangenomen dat de vereiste aangifte niet is gedaan, indien a…