Hoge Raad 2015-04-17 — Civiel recht
Samenvatting HR 17 april 2015 (14/01028) Kernvraag Kan een rechter in een opheffingskortgeding een conservatoir beslag in stand laten op basis van een vordering (paulianagrondslag) die niet in het beslagrekest stond en vlak voor de zitting werd toegevoegd? En leidt opheffing van het beslag door de beslaglegger zelf automatisch tot de conclusie dat de vordering ondeugdelijk was? Feiten (kort) Nidera c.s. legden conservatoir beslag op eigendommen van [eiser], bestuurder van Sirius Shipping, nadat een schip van Sirius was gestrand en de lading rijst verloren ging. In het opheffingskortgeding voegden Nidera c.s. één dag voor de zitting een nieuwe grondslag toe: paulianeus handelen door [eiser] (verkoop van twee schepen voor $1 per stuk). Later heven Nidera c.s. de beslagen zelf op. In geschil bleef de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Overwegingen Hoge Raad Onderdelen 1.1–1.3 (paulianagrondslag te laat aangevoerd) De rechter is in een opheffingsprocedure niet gebonden aan de in het beslagrekest genoemde grondslagen. Hij mag zijn oordeel (mede) baseren op feiten en grondslagen die de beslaglegger alsnog aandraagt, mits de verdediging daardoor niet onredelijk wordt bemoeilijkt. Het hof oordeelde feitelijk en niet onbegrijpelijk dat dit hier niet het geval was. De klachten falen. Onderdeel 2.1 (opheffing beslag = ondeugdelijke vordering?) Vrijwillige opheffing van een beslag door de beslaglegger rechtvaardigt op zichzelf niet de conclusie dat de vordering ondeugdelijk was…