ECLI:NL:HR:2006:AV1559

Hoge Raad 2006-06-30 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1559, zaaknummer C05/056HR, cassatie. Kernvraag — Dient de voorzieningenrechter in een kort geding tot opheffing van een conservatoir beslag zijn oordeel zonder meer af te stemmen op een vonnis in de bodemzaak waarbij de gesecureerde vordering in eerste aanleg is afgewezen, ook wanneer tegen dat vonnis hoger beroep is ingesteld? Feiten — Partijen zijn buren. Verweerder verkreeg bouwvergunningen voor vijf landhuizen en een botenhuis; eiser had eerder afstand gedaan van een erfdienstbaarheid van uitzicht via een vaststellingsovereenkomst. Verweerder stelde dat eiser in strijd met die schikking had gehandeld en verkreeg rechterlijk verlof voor conservatoire (derden)beslagen ter verzekering van zijn vordering. De bodemrechter wees de vordering van verweerder in eerste aanleg af; verweerder stelde hoger beroep in maar hief de beslagen niet op. Eiser vorderde in kort geding opheffing van de beslagen, onder verwijzing naar het afwijzende bodemvonnis. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. Het oordeelde dat het bodemvonnis weliswaar een belangrijk gezichtspunt vormt bij de vraag of summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht, maar niet van beslissende betekenis is. Het HR-arrest van 19 mei 2000 (NJ 2001, 407) brengt in dit geval niet anders mee. Tegenover het evidente belang van verweerder bij handhaving van het beslag had eiser onvoldoende gemotiveerd waar…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken