Hoge Raad 2014-03-28 — Civiel recht
Samenvatting HR 28 maart 2014 (Joba Trust / verweerder) Kernvraag Heeft Joba Trust onrechtmatig gehandeld jegens huurder [verweerder] door mee te werken aan vervroegde levering van een pand, waardoor diens contractueel voorkeursrecht werd gefrustreerd? Feiten kort [Verweerder] huurde een winkelpand en had een contractueel voorkeursrecht bij verkoop. Verhuurder [A] verkocht het pand aan Joba, die het direct doorverkocht aan [betrokkene 1]. Joba was bij het sluiten van de koopovereenkomsten (januari 2007) niet bekend met dit voorkeursrecht. Toen [verweerder] op 19/20 februari 2007 alsnog aanspraak maakte op zijn voorkeursrecht, werkten [A], Joba en [betrokkene 1] samen aan vervroegde levering (van 23 naar 20 februari 2007), uitdrukkelijk om beslaglegging door [verweerder] te voorkomen. Overwegingen rechter Kantonrechter: vorderingen tegen Joba afgewezen; Joba mocht haar eigen contractuele verplichting jegens [betrokkene 1] nakomen. Hof Amsterdam: oordeelde dat Joba en [betrokkene 1] onrechtmatig hadden gehandeld door bewust mee te werken aan de vervroeging om beslaglegging te verijdelen, gelet op het grote belang van [verweerder] bij zijn voorkeursrecht. Hoge Raad: nu Joba bij het aangaan van de koopovereenkomsten niet bekend was met het voorkeursrecht, stond het haar in beginsel vrij die overeenkomsten na te komen — ook door vervroeging van de levering. Onrechtmatigheid kan alleen worden aangenomen bij bijzondere omstandigheden, met name bij onevenredigheid tussen Joba's bela…