ECLI:NL:HR:2014:2838

Hoge Raad 2014-09-26 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838, zaaknummer 13/04272, cassatie. Kernvraag — Kan toewijzing van een vordering op de voet van art. 431 lid 2 Rv afstuiten op de grond dat het buitenlandse vonnis in het land van herkomst niet meer uitvoerbaar is, en zo ja: vormt het verval van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging krachtens het recht van het land van herkomst een zodanig beletsel? Feiten — Bij vonnis van 6 december 2005 van een rechtbank te Moskou is verweerder veroordeeld tot betaling van RUB 110.436.181,91 aan Gazprombank op grond van een borgtocht van 5 december 2003. De borgtocht bevat een exclusief forumkeuzebeding voor die Moskouse rechtbank. Het Russische vonnis heeft kracht van gewijsde gekregen na tevergeefs aangewend rechtsmiddel. Nadat Gazprombank elders tenuitvoerlegging had geprobeerd, legde zij conservatoire beslagen in Nederland. Tussen Nederland en de Russische Federatie bestaat geen verdrag op grond waarvan het Russische vonnis voor erkenning en tenuitvoerlegging in aanmerking komt. Oordeel hof — Het hof wees de vorderingen van Gazprombank af. Het overwoog dat bij gebruik van de art. 431 lid 2 Rv-procedure als "verkapte exequaturprocedure" vereist is dat het buitenlandse vonnis in zijn land van herkomst formeel uitvoerbaar is ten tijde van de uitspraak van de Nederlandse rechter. Nu verweerder onvoldoende weersproken had gesteld dat het Russische vonnis na 9 juni 2010 in Rusland niet meer uitvoerbaar was (vanwege verval van…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken