Hoge Raad 2014-09-05 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, zaaknummer 13/03116, cassatie. Kernvraag — Kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld wegens het namens de vennootschappen aangaan van een verplichting tot het verstrekken van een eerste pandrecht, terwijl hij wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschappen die verplichting niet zouden kunnen nakomen? Is daarvoor vereist dat de bestuurder tevens voorzag of behoorde te voorzien dat de schuldeiser als gevolg hiervan schade zou lijden? Feiten — [Verweerder] was bestuurder van een groep vennootschappen (de [B-]vennootschappen) die als Renault- en Nissandealer opereerden. Die vennootschappen hadden zowel met ABN AMRO (de bank) als met RCI Financial Services (hierna: RCI) pandrechten op voorraden en vorderingen gevestigd. De mantelovereenkomsten met RCI bevatten een verplichting tot vestiging van een eerste pandrecht ten gunste van RCI op de door haar gefinancierde voertuigen. De bank had eerder pandrechten verkregen op (onder meer) dezelfde voertuigen. In mei 2007 zegde de bank de kredietrelatie op en legde zij executoriaal pandbeslag; bij de veiling werd € 3.202.288,35 uitgekeerd aan de bank en slechts € 1.183.028,35 aan RCI. RCI vordert van [verweerder] persoonlijk € 1.907.611,30 op grond van onrechtmatig handelen, stellende dat hij namens de vennootschappen een verplichting tot verstrekking van eerste pandrechten is aangegaan terwijl hij wist of behoorde te begrijpen dat die verplicht…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken