ECLI:NL:HR:2006:AZ0758

Hoge Raad 2006-12-08 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, zaaknummer C05/256HR, cassatie. Kernvraag — Wanneer kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gehouden jegens een schuldeiser van de vennootschap wegens het bewerkstelligen of toelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt, en welke maatstaf geldt daarvoor? Feiten — Verweerder was directeur en enig aandeelhouder van twee bv's die een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden. Aan de fiscale eenheid zijn in 1997 en 1998 in totaal zeven naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd tot een bedrag van ƒ 2.021.297,--, welke onbetaald zijn gebleven. Beide vennootschappen zijn in 1998 failliet verklaard. De Ontvanger verweet verweerder dat hij jarenlang op grote schaal met aangiften en afdrachten had geschoven ("gesleept met omzetten"), waardoor de Ontvanger is benadeeld. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat verweerder niet in strijd had gehandeld met uit de wet voortvloeiende verplichtingen, omdat die niet op hem maar op de fiscale eenheid rustten. Beoordeeld naar ongeschreven recht achtte het hof de maatstaf toepasselijk of verweerder wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat de fiscale eenheid haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden. Het hof concludeerde dat de Ontvanger onvoldoende feiten had gesteld om te kunnen aannemen dat verweerder dit wist of had behoren te begrijpen, mede gelet op de bestendige praktijk in de jaren 1991–1994 waarbij na…