ECLI:NL:HR:2014:2144

Hoge Raad 2014-08-08 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 8 augustus 2014, ECLI:NL:HR:2014:2144, zaaknummer 13/00933, cassatie. Kernvraag — Vormt de verplichting om op grond van art. 47 AWR informatie te verstrekken over een Liechtensteinse Stiftung, vastgelegd in een informatiebeschikking als bedoeld in art. 52a lid 1 AWR, een schending van het verbod op gedwongen zelfincriminatie (art. 6 EVRM), in het bijzonder waar het gaat om wilsafhankelijk materiaal dat ook voor boeteoplegging kan worden gebruikt? Feiten — De inspecteur heeft belanghebbende herhaaldelijk verzocht informatie te verstrekken over zijn betrokkenheid bij de [A] Stiftung te Liechtenstein, waaruit bleek dat hij als eerste gerechtigde tot alle bezittingen en opbrengsten was aangemerkt. Belanghebbende heeft dit geweigerd, stellende niet over de documenten te beschikken en dat zijn Liechtensteinse representant wegens vertrouwelijkheid geen informatie kon verstrekken. De inspecteur heeft vervolgens navorderingsaanslagen IB/PVV en vermogensbelasting over diverse jaren aangekondigd en opgelegd, en heeft op 23 augustus 2011 een informatiebeschikking gegeven voor de navorderingsaanslagen over de jaren 1999–2005 (IB/PVV) en 2000 (VB). De rechtbank heeft de informatiebeschikking vernietigd voor zover betrekking hebbend op de reeds vóór de inwerkingtreding van art. 52a AWR vastgestelde aanslagen (1998 en 1999), en de beschikking voor de overige jaren in stand gelaten. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 2.3 voorop dat een belastingplichtig…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken