ECLI:NL:HR:2013:BZ3640

Hoge Raad 2013-07-12 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640, zaaknummer 12/01880, cassatie. Kernvraag — In hoeverre staat het nemo tenetur-beginsel (art. 6 EVRM) eraan in de weg dat een belastingplichtige in kort geding onder dwangsom wordt veroordeeld tot afgifte van gegevens en inlichtingen op grond van art. 47 AWR, wanneer niet is uitgesloten dat dit materiaal mede zal worden gebruikt voor bestuurlijke beboeting of strafvervolging? Feiten — De Duitse fiscale autoriteiten verstrekten de Nederlandse Belastingdienst gegevens waaruit bleek dat eiser betrokken was bij de Conet Stiftung te Vaduz (opgericht 1986, geliquideerd 2000), waarvan hij eerste begunstigde was. De inspecteur legde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 1998 en vermogensbelasting 1999 op met vergrijpboetes van 100%, gebaseerd op een geschat Stiftungsvermogen van € 5.000.000,-. Eiser verklaarde zich slechts beperkt iets te herinneren en kon geen stukken overleggen; zijn verzoeken aan de Zwitserse trustbeheerder (Equity Trust) om documentatie werden wegens vertrouwelijkheid geweigerd. De Staat vorderde in kort geding op grond van art. 47 AWR, onder dwangsom, verstrekking van alle gegevens over de Stiftung en haar vermogen, alsmede opgaaf van buitenlandse bankrekeningen. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. Het oordeelde dat de informatieverplichting van art. 47 lid 1 AWR naar vaste rechtspraak niet in strijd komt met het nemo tenetur-beginsel, ook niet nu de b…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken