ECLI:NL:HR:2012:BV4010

Hoge Raad 2012-05-25 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV4010, zaaknummer 12/00515, cassatie in het belang der wet. Kernvraag — Kan een schuldenaar over wiens tegenwoordige en toekomstige goederen beschermingsbewind als bedoeld in Titel 19 van Boek 1 BW is ingesteld, zelfstandig een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling indienen, of is daarvoor (mede-)indiening door de beschermingsbewindvoerder vereist? Feiten — Over alle goederen van betrokkene is beschermingsbewind ingesteld als bedoeld in art. 1:431 lid 1 BW. Betrokkene heeft, vertegenwoordigd door haar advocaat, zelfstandig een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep bekrachtigde het hof dit vonnis op inhoudelijke gronden (art. 288 lid 1 aanhef en onder b en c Fw), maar oordeelde betrokkene ontvankelijk mede op basis van een brief van 10 november 2011 van de beschermingsbewindvoerder, waaruit instemming met het verzoek en het hoger beroep bleek. De Procureur-Generaal heeft cassatie in het belang der wet ingesteld. Oordeel hof — Het hof oordeelde betrokkene ontvankelijk in haar verzoek en in het hoger beroep, onder verwijzing naar de instemming van de beschermingsbewindvoerder zoals blijkend uit de brief van 10 november 2011. Inhoudelijk bekrachtigde het hof de afwijzing van het verzoek op grond van art. 288 lid 1 aanhef en onder b en c Fw. Overwegingen — De Hoge Raad verwerpt het middel en formuleert in r.o. 3.3 de…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken