Hoge Raad 2010-11-26 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8521, zaaknummer 09/01584, cassatie. Kernvraag — Onder welke omstandigheden mag een rechter terugkomen van een bindende eindbeslissing in een tussenuitspraak, en is daarvoor steeds een voorafgaande tussenuitspraak vereist waarin partijen de gelegenheid wordt geboden zich uit te laten? Feiten — Kojen trad op als handelsagent voor ABB bij de verkoop van warmtekrachtcentrales in Turkije. Partijen verschilden van mening over de hoogte van de provisie voor onderhoudscontracten. ABB stelde dat de oorspronkelijke provisieregeling uit 1997 in 1999 was vervangen door een lagere provisie, onderbouwd met een brief van 18 oktober 1999. Het hof verwierp dit verweer bij tussenarrest van 6 april 2006 als bindende eindbeslissing, liet ABB toe tot bewijs van de zogeheten € 1,9-regeling uit 2002, en verhoorde getuigen. In nieuwe samenstelling heeft het hof bij eindarrest van 16 december 2008 de bindende eindbeslissing heroverwogen. Oordeel hof — Het hof oordeelde bij eindarrest dat de bindende eindbeslissing uit het tussenarrest berustte op een onjuiste feitelijke grondslag. Uit de brief van 18 oktober 1999, in samenhang met andere feiten en omstandigheden, moest worden afgeleid dat partijen in 1999 wél een nieuwe (lagere) provisieafspraak hadden gemaakt. Het hof achtte heroverweging toelaatbaar omdat ABB het debat op dit punt bij pleidooi van 6 november 2008 had heropend en Kojen daarop inhoudelijk was ingegaan zonder zich t…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken