Hoge Raad 2010-12-17 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, zaaknummer 09/03735 (Wilnis), cassatie. Kernvraag — Is een veendijk een opstal in de zin van art. 6:174 BW, en zo ja, dient bij de beoordeling of die dijk aan de daaraan te stellen eisen voldoet rekening te worden gehouden met de toenmalige stand van wetenschap en techniek en de kenbaarheid van het gevaar? Feiten — Het Hoogheemraadschap is eigenaar en beheerder van een tussenboezemkade langs de Ringvaart in Wilnis, een circa 150 jaar geleden bij drooglegging van de polder Groot Mijdrecht ontstane veendijk. In de nacht van 25 op 26 augustus 2003 verschoof de kade over 60 meter ongeveer 5,5 tot 7,5 meter richting woonwijk Veenzijde I, waardoor circa 230.000 m³ water de polder instroomde. Onderzoeksrapporten verschilden over de oorzaak; het STOWA-rapport identificeerde langdurige droogte als nieuwe belastingsituatie die vóór de kadeverschuiving niet werd onderkend als risicofactor voor veendijken. De Gemeente vorderde schadevergoeding op grond van art. 6:174 lid 1 BW. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de kade een opstal is en stelde het Hoogheemraadschap aansprakelijk op grond van art. 6:174. Daartoe overwoog het hof dat de toenmalige stand van wetenschap en techniek en de financiële kaders van het Hoogheemraadschap niet relevant zijn voor de vraag of de opstal gebrekkig was, en dat onbekendheid met het gevaar op grond van de wet voor risico van de bezitter komt. Het hof wees de vordering van de Gemeent…