Hoge Raad 2008-09-05 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 5 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3127, nr. C07/061HR, cassatie. Kernvraag — Vanaf welk moment is wettelijke rente verschuldigd over een op grond van een boetebeding verbeurde geldsom, meer in het bijzonder: volgt de ingangsdatum van de wettelijke rente uit art. 6:93 BW (op het moment dat de boete zonder aanmaning verschuldigd werd) of is daarvoor een afzonderlijk verzuim als bedoeld in art. 6:119 BW vereist? Feiten — De Gemeente Veghel verkocht een bouwkavel aan eiser 1, waarbij in de leveringsakte een zelfbewoningsplicht en doorverkoopverbod binnen vijf jaar was opgenomen (art. 9), alsmede een boetebeding gelijk aan de koopprijs bij overtreding (art. 8). Nadat de Gemeente een schriftelijke ontheffing had geweigerd, verkocht eiser 1 de kavel op 2 december 2002 aan zijn ouders en leverde op 3 juni 2003. De Gemeente vorderde onder meer betaling van de contractuele boete van € 63.097,74 met wettelijke rente vanaf 2 december 2002. Het hof wees de boete toe en kende wettelijke rente toe vanaf de datum van verkoop, nu nakoming van de verplichting tot niet-doen blijvend onmogelijk was geworden en de rente ingevolge art. 6:93 BW "aanstonds" liep. Oordeel hof — Het hof redeneerde dat nu de nakoming van de contractuele verplichting tot niet-doen blijvend onmogelijk was geworden, de boete krachtens art. 6:93 BW zonder aanmaning verschuldigd werd, en dat de wettelijke rente dientengevolge eveneens per die datum — 2 december 2002 — begon te lopen. Overw…