Hoge Raad 2008-04-25 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2800, zaaknummer C06/250HR, cassatie. Kernvraag — Worden onjuiste inlichtingen die een gemeente verstrekt voorafgaand aan een beschikking gedekt door de formele rechtskracht van die beschikking, en was het hof bevoegd op een bindende eindbeslissing terug te komen nadat de Hoge Raad een relevante uitspraak had gedaan? Feiten — Eiseres ontving vanaf 1990 een ABW-uitkering en later een BZ-uitkering van de gemeente Voorst. Bij brief van 7 mei 1993 deelde de gemeente mee dat eiseres niet voor een RWW-uitkering in aanmerking kwam zolang zij zelfstandige activiteiten verrichtte, en verzocht zij haar aan te tonen wanneer die activiteiten zouden worden beëindigd. Nadat eiseres daaraan gevolg had gegeven, werd haar bij beschikking van 18 mei 1993 een RWW-uitkering toegekend onder de voorwaarde dat zij zich uit het Architectenregister liet uitschrijven. Eiseres vocht deze beschikking niet aan. Zij vordert vergoeding van schade wegens het onterecht niet mogen verrichten van werkzaamheden als binnenhuisarchitecte. Oordeel hof — In het eerste tussenarrest (26 oktober 2004) had het hof geoordeeld dat de mededelingen van de gemeente niet konden worden geschaard onder handelingen in het kader van de totstandkoming van een besluit, en dat de gemeente eiseres onjuist en onvolledig had voorgelicht. Na het arrest HR 9 september 2005 inzake [A]/Gemeente Valkenswaard (NJ 2006, 93) stelde het hof partijen in de gelegenheid zich uit te…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken