ECLI:NL:HR:2008:BC1962

Hoge Raad 2008-01-18 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1962, zaaknummer 41.832, cassatie. Kernvraag — Kan de in het kader van belastingheffing toegepaste omkering van de bewijslast doorwerken naar (i) de vaststelling van rendementsinkomsten in latere jaren en (ii) de grondslag en de beoordeling van vergrijpboeten? Feiten — Belanghebbende was executeur-testamentair van haar oom en tante, die omvangrijke Belgische banktegoeden buiten hun aangiften hadden gehouden. In oktober 1993 heeft zij die tegoeden opgenomen, omgezet in toonderstukken en uiteindelijk gestald bij een Zwitserse bank op een rekening van een trustkantoor (G). De Inspecteur heeft voor de jaren 1992–1998 navorderingsaanslagen opgelegd en aangenomen dat belanghebbende in 1993 een aanzienlijk bedrag aan de boedel had onttrokken en in 1994–1998 een rendement van 5% over dat bedrag had genoten. Het Hof Amsterdam heeft de bewijslast omgekeerd, de navorderingsaanslagen (op één na) in stand gelaten en de verhogingen/boeten verminderd tot 90% van de enkelvoudige belasting. Oordeel hof — Het Hof achtte aannemelijk dat belanghebbende in 1993 een aanzienlijk bedrag aan de boedel had onttrokken en paste de omgekeerde bewijslast toe, ook voor de rendementsinkomsten in de jaren 1994–1998. Het Hof oordeelde voorts dat de omgekeerde bewijslast kon meewegen bij de grondslag van de vergrijpboeten en verminderde die wegens overschrijding van de redelijke termijn met 10%. Overwegingen — In r.o. 3.3.2 honoreert de Hoge R…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken