Hoge Raad 2007-06-29 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909, zaaknummer C05/285HR, cassatie. Kernvraag — Heeft het hof de Haviltex-maatstaf juist toegepast door, bij de uitleg van een beding in een vaststellingsovereenkomst tussen professionele partijen, de taalkundige uitleg als voorshands uitgangspunt te nemen en eiseressen de last op te leggen een afwijkende betekenis te stellen en te bewijzen? En heeft het hof het bewijsaanbod van eiseressen ten aanzien van de uitleg van dat beding terecht gepasseerd? Feiten — Partijen sloten op 24 april 1996 een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van een reeks geschillen over de samenwerking in onroerendgoedvennootschappen. Art. 8a van die overeenkomst bepaalt dat verweerders bij vervreemding van de prioriteitsaandelen in Uni-Invest ten behoeve van eiseressen zullen bedingen dat de verkrijger een bod doet op alle gewone aandelen van eiseressen in Uni-Invest voor een prijs gelijk aan de prijs die de verkrijger voor de gewone aandelen van verweerders betaalt; in ruil deden eiseressen afstand van hun recht op levering van 49% van de aandelen in de vennootschap die de prioriteitsaandelen hield. Nadat in 2000 een consortium een openbaar bod uitbracht en de prioriteitsaandelen kocht, vorderden eiseressen een verklaring voor recht dat de "control premium" — de meerwaarde van de prioriteitsaandelen boven de nominale waarde — op grond van art. 8a voor de helft aan hen toekomt, subsidiair wijziging wegens onvoorziene omstandighede…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken