ECLI:NL:HR:2007:AZ7617

Hoge Raad 2007-06-29 — Civiel recht

Samenvatting

Samenvatting HR 29 juni 2007, C06/002HR Kernvraag Is de koper van een woonhuis zijn klachtrecht verloren (art. 7:23 BW) omdat hij te laat heeft geklaagd over gebreken (houtrot, schimmel) die hij in het voorjaar van 2001 ontdekte, maar pas op 27 september 2001 aan de verkoper meldde? Feiten Eiser kocht in 2000 een woning uit 1978/1979. Na de levering ontdekte hij in het voorjaar van 2001 dat de verf van het topschot begon te bolle. Nader onderzoek wees uit dat sprake was van ernstige schimmel- en houtrotaantasting. Een bouwkundig adviseur stelde dit vast op 25–26 september 2001; de verkoper werd op 27 september 2001 aansprakelijk gesteld. Het hof oordeelde dat de gebreken uiterlijk eind juni 2001 waren ontdekt en dat de kennisgeving na meer dan twaalf weken te laat was. Alle vorderingen werden afgewezen. Overwegingen Hoge Raad De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en formuleert de volgende regels: Onderzoeksplicht: De koper mag, na ontdekking van mogelijke gebreken, een deskundige inschakelen om aard, ernst en oorzaak vast te stellen, mits hij daarbij voortvarend handelt. Hij mag in beginsel de uitkomst afwachten voordat hij de verkoper informeert. Klachttermijn (niet-consumentenkoop): Er geldt géén vaste termijn. De vraag of tijdig is geklaagd moet worden beoordeeld aan de hand van álle omstandigheden, waaronder eventueel nadeel van de verkoper. Een termijn van twee maanden als harde norm is onjuist. Particuliere koper: Mag redelijkerwijs aannemen dat hij zonder deskundigenond…