ECLI:NL:HR:2006:AZ4416

Hoge Raad 2006-12-15 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 15 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ4416, zaaknummer 41.882, cassatie. Kernvraag — Onder welke voorwaarden kan een verzuimboete ex art. 67a AWR worden opgelegd indien de belastingplichtige stelt de aanmaning niet te hebben ontvangen, en op wie rust de bewijslast ter zake van de ontvangst of aanbieding van de aanmaning? Feiten — Aan belanghebbende is voor het jaar 2002 een aanslag IB/PVV opgelegd, alsmede een verzuimboete van € 567 wegens niet-tijdige aangifte. Na bezwaar verminderde de inspecteur de boete tot € 113. Belanghebbende stelde voor het Hof dat zij de aanmaning nooit had ontvangen. Het Hof oordeelde dat dit, zelfs indien juist, niet in de weg stond aan de verzuimboete en verklaarde het beroep ongegrond. Oordeel hof — Het Gerechtshof Leeuwarden oordeelde dat de stelling van belanghebbende dat zij de aanmaning niet had ontvangen, zelfs als juist bevonden, niet kon afdoen aan het feit dat zij de in art. 67a AWR bedoelde verzuimboete had belopen. Het hof achtte voorts aannemelijk dat een aanmaning was verzonden, mede op grond van de verklaring van de inspecteur over het registratiebestand. Het beroep werd ongegrond verklaard. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.2 de volgende rechtsregels voorop. Kernoverweging: > Voor oplegging van de verzuimboete van artikel 67a AWR is geen plaats indien de aanmaning niet op het adres van de belastingplichtige is ontvangen of aangeboden, en de aanmaning de belastingplichtige ook anderszins niet…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken