ECLI:NL:HR:2006:AW2582

Hoge Raad 2006-04-21 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2582, zaaknummer C05/047HR, cassatie. Kernvraag — Valt een vordering uit onrechtmatige daad van de koper, die feitelijk gegrond is op de levering van een zaak die niet aan de overeenkomst beantwoordt, onder de tweejarige verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW, of geldt daarvoor de vijfjarige termijn van art. 3:310 BW? Feiten — De Gemeente verkocht en leverde op 5 oktober 1994 een perceel grond aan Village Scaldia B.V. voor de bouw van een bungalowpark, met de garantie dat de grond schoon en geschikt was voor de beoogde bebouwing. Eind 1994/begin 1995 bleek de grond ernstig verontreinigd; de Gemeente saneerde het terrein op eigen kosten. Medio augustus 1995 vond het laatste overleg tussen partijen plaats. De curator van het inmiddels failliete Village Scaldia zond op 16 november 1998 een stuitingsbrief aan de Gemeente, waarna hij bij akte van cessie van 26 juli 2000 de vorderingen op de Gemeente overdroeg aan Inno. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank. Het hof oordeelde dat sprake was van non-conforme levering waarop de tweejarige verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW van toepassing is. Een zelfstandige vordering uit onrechtmatige daad zou slechts naast de contractuele vordering bestaan bij bewuste misleiding, maar Inno had daarvoor onvoldoende gesteld. Nu geen sprake was van onrechtmatige daad, kon Inno geen beroep doen op de vijfjarige termijn van art. 3:310 BW, zodat de vorder…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken