Hoge Raad 2005-10-07 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 7 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3929, zaaknummer 35.729, cassatie (proceskostenveroordeling na intrekking beroep). Kernvraag — Kan een belastingplichtige die in een procedure waarbij een prejudiciële verwijzing naar het Hof van Justitie heeft plaatsgevonden haar beroep intrekt nadat het bestuursorgaan aan haar bezwaar tegemoetkomt, aanspraak maken op vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten, in plaats van de genormeerde vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, op de grond dat het Besluit een ongeoorloofde beperking van de toegang tot het gemeenschapsrecht vormt? Feiten — Bosal Holding B.V. had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem over een aanslag vennootschapsbelasting. In het kader van die procedure is een prejudiciële vraag gesteld, die heeft geleid tot het arrest HvJ EG 18 september 2003, C-168/01 (Bosal Holding). Nadat de Staatssecretaris aan het bezwaar van belanghebbende tegemoet is gekomen, heeft zij het cassatieberoep ingetrokken en verzocht om veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten voor zowel de cassatieprocedure (inclusief de prejudiciële fase) als het geding voor het Gerechtshof. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 2.3 voorop dat bij een proceskostenveroordeling in beginsel slechts een vergoeding op grond van de normering van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan worden toegekend. Art. 2 lid 3 van het Besluit biedt in bijzondere omstandig…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken