ECLI:NL:HR:2004:AQ3810

Hoge Raad 2004-12-17 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ3810, zaaknummer C03/114HR, cassatie. Kernvraag — Kan een belastingplichtige die stelt dat de Staat door toepassing van een hoger belastingtarief voor buitenlanders het Europees recht heeft geschonden, op grond van onrechtmatige daad aanspraak maken op integrale vergoeding van proceskosten die de forfaitaire regeling van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (Warb) en het Besluit proceskosten fiscale procedures (BPF) te boven gaan? Feiten — Eisers wonen in België en verhuurden een in Nederland gelegen onroerende zaak. Over het huurresultaat in 1995 hief Nederland inkomstenbelasting tegen het buitenlandertarief van 25%, terwijl voor inwoners een tarief van 6,15% zou gelden. Nadat de Inspecteur hangende de beroepsprocedure alsnog aan het bezwaar tegemoet was gekomen, trokken eisers het beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch in en maakten zij aanspraak op een proceskostenvergoeding. Het gerechtshof kende op grond van het BPF € 1.065,- (ƒ 1.065,-) toe; de feitelijk gemaakte kosten bedroegen ƒ 6.000,-. Eisers vorderden vervolgens bij de kantonrechter de resterende kosten als schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, stellende dat de toepassing van het buitenlandertarief in strijd was met het gemeenschapsrecht (HvJEG 27 juni 1996, zaak C-107/94, Asscher). De kantonrechter wees de aanvullende kosten toe; de rechtbank vernietigde dit vonnis en verklaarde zich onbevoegd. Oordeel hof — De rechtbank v…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken